School of geen school

Plaatje van internet, bron onbekend.

De afgelopen maanden wilde ik vaak een blog schrijven, maar het kwam er steeds niet van… 
Er gebeurde genoeg, bijvoorbeeld in mijn werk als Schoolschrijver, waar ik eerder blogs over schreef.
Dit jaar was ik gekoppeld aan een internationale basisschool in Leiden en gaf ik voor het eerst les in een ISK (internationale schakelklas), aan kinderen die hier nog niet zo lang zijn en die Nederlands leren. Dat was spannend, omdat ik in het begin geen idee had hoe ik lessen creatief schrijven zou kunnen geven in zo’n gemengde groep kinderen van verschillende leeftijden en met verschillende moedertalen, die vaak nog maar heel basaal Nederlands kunnen. Ik ontdekte dat zo’n groep heel inspirerend is, juist door die diversiteit. De kinderen in een ISK delen allemaal het gevoel van onzekerheid, van het met vallen en opstaan leren van een nieuwe taal. Ze herkennen en erkennen de rijkdom van al die moedertalen die op de achtergrond mee-gonzen. Ik vond het heerlijk om die rijkdom te benadrukken, en samen te zoeken naar manieren om toch verhalen te verzinnen, of een klein gedichtje, of soms alleen maar woorden. Als ex-emigrante (ik heb rond mijn twintigste drie jaar in Frankrijk gewoond en gewerkt) kon ik goed begrijpen hoe zij zich voelen, wat betreft het leren van een nieuwe taal. Ik weet hoezeer taal is verbonden met de geschiedenis van een land, met cultuur, met humor, met je gedachten, met je gevoelsleven, met je positie in de maatschappij, met alles.

Er gebeurde nog iets spannends: ik ben teruggekeerd in het onderwijs, als docent Frans. Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik een tijd geleden uit het onderwijs ben gestapt.
Ik had een zware start in mijn eerste baan, en nog een misser bij een andere school (met een niet goed functionerende sectie Frans en management dat me daarin liet zwemmen). Vervelende ervaringen die mij en mijn enthousiasme voor het docentschap hadden gesloopt. Nog los van de werkdruk en het gegeven dat onderwijs sowieso best pittig en intensief is. Toch bleef ik het lesgeven missen. In het najaar van 2019 behaalde ik mijn Masterdiploma en las ik overal berichten over het lerarentekort, en toen ging het knagen… als ik het nou tóch weer ‘s zou proberen? Door het schrijven van blogs en door de reacties die ik daarop kreeg, realiseerde ik me dat ik ook pech had gehad, en dat mijn beeld van het onderwijs en van mezelf als docent voor een groot deel werd bepaald door die rot-ervaringen. Ik wilde op zoek gaan naar positieve ervaringen, die me zouden kunnen helpen om er anders in te staan. Misschien zou ik zo alsnog mijn draai kunnen vinden, als docent…

In januari kon ik als vervangend docent Frans twee klassen overnemen op een gymnasium in Leiden, mede dankzij een prachtige aanbevelingsbrief van een oud-collega en sectiehoofd Frans (Teun, merci mille fois). Dat was een mooie kans om het weer voorzichtig te proberen. Ik kreeg een collega uit de sectie Frans toegewezen als coach, en zij was (en is) geweldig (Géraldine, merci mille fois). Ik mocht alles vragen, ze hielp me met praktische dingen en ze luisterde, betrokken. We hadden een vast koffie-moment na onze lessen, waarin ik haar om raad kon vragen en waarin we ervaringen uitwisselden. De andere collega’s, binnen en buiten de sectie Frans, waren ook aardig en behulpzaam. Geen kliekjesvorming in de docentenkamer, maar een open sfeer, waarin docenten en andere schoolcollega’s elkaar aanspreken. Ik voelde me er meteen bij horen, als nieuwkomer. Een concreet voorbeeld van behulpzaamheid: een collega-docente bood aan me te helpen toen ik vertelde dat ik even in een dip zat met mijn klassen. Ik sloeg haar aanbod af, het leek me beter om dit zelf op te lossen met de leerlingen. Maar tijdens het SO Frans liep ze toch even langs mijn lokaal en zocht oogcontact (alles oké?). Dat was zo fijn.
De dipjes en moeilijke momenten zijn er dus nog, zeker. Orde houden is niet mijn hobby, maar ik zoek niet meer geforceerd naar manieren om ‘de boel’ onder controle te houden en me strenger voor te doen dan ik ben. Ik probeer het nu meer op mijn eigen manier te doen, lief, en met een vleugje humor. Ik ben wel zo duidelijk mogelijk naar de leerlingen toe, en geef mijn grenzen aan. Verder richt ik me vooral op het contact met de leerlingen, met mijn klassen, en realiseer ik me dat het een kwestie is van lange adem. Als docent moet je langzaam het vertrouwen van je leerlingen winnen, en als je het goed aanpakt, lukt dat. Voor ervaren docenten zijn dit vast allemaal open deuren, maar ik moest die deuren toch zelf één voor één ontdekken en open doen. Daarbij valt het niet mee (ook voor ervaren docenten) om als vervanger midden in een schooljaar te starten en een band op te bouwen met je klassen. Toch begon dat aardig te lukken. Ik begon meer plezier en zelfvertrouwen te krijgen in het lesgeven. Ik begon te landen.

Daar zijn we nu…
Hier zijn we nu, ingehaald door de tijd en door het Coronavirus dat alles op z’n kop heeft gezet. Ook het onderwijs. Van de ene op de andere dag moesten wij – docenten, leerlingen en ouders – omschakelen naar onderwijs op afstand. De Schoolschrijver-lessen liggen helaas (tijdelijk) stil. De lessen Frans gaan door, op afstand. Gisteren gaf ik voor het eerst grammatica-uitleg via videoconference. Voor wie dit fenomeen niet kent: je geeft les via webcam aan een groep leerlingen die het op afstand kunnen volgen op hun telefoon of computer. Ik heb de passé composé uitgelegd met een powerpoint die de leerlingen ook konden zien. Het is verdomde lastig om zo les te geven, omdat je de gezichten en lichaamstaal van de leerlingen niet ziet en niet weet of de boodschap aankomt. Het voelt kil en kaal, heel onpersoonlijk. Het is stukken minder leuk. Er worden minder grapjes gemaakt en de communicatie is traag, omdat je om de beurt moet praten (zoals bij een walkie talkie). Het is behelpen, onderwijs op afstand. En toch kun je ook daarin kleine geluksmomenten vinden…
Zoals gisterochtend, toen ik na mijn uitleg van de passé composé aan de leerling bovenaan het lijstje vroeg of ze het had kunnen volgen. Ze zei ‘ja’, kwam in beeld (ook achter haar webcam) en liet haar schrift zien… ze had aantekeningen gemaakt! Niet alle leerlingen zullen dit hebben gedaan, maar u begrijpt dat ik even zielsgelukkig was. 

We weten niet hoe dit verder gaat… met Corona… en met mij, als docent (stukken onbelangrijker, maar toch ook belangrijk).
De schrijver in mij hoopt op een Deus ex machina, op een Happy End.
En de docent in mij hoopt dat ook.
Over schrijven gesproken, daarover binnenkort meer…
Ik hoor u denken: ja ja, dat kennen we, beloftes, maar bloggen, ho maar!
Ik beloof dus niks. Als u belooft de moed erin te houden.
Dat lijkt me een goede deal.

 

 

 

This entry was posted in Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.