Gentle reminder

Ik vertelde vandaag tijdens een schoolbezoek dat ik studeer om lerares Frans te worden.

Zegt een meisje: ‘Maar je bent toch al schrijfster?’

 

Posted in Persoonlijke berichten | Leave a comment

Hoera voor de Kinderboekenweek!

Kinderboekenweekgeschenk, dit jaar geschreven door Harm de Jonge.

Kinderboekenweekgeschenk, dit jaar geschreven door Harm de Jonge.

Wat is het toch fijn om in een land te wonen met een Kinderboekenweek. Dat is een feestje waard. En dit jaar viert de Kinderboekenweek haar 60ste verjaardag, dubbel feest.

Het is traditie aan het worden, elk jaar maak ik een berichtje over de Kinderboekenweek, omdat ik het mooi en belangrijk vind, en omdat ik niet zeker weet of iedereen wel op de hoogte is van het bestaan van die week (van 12 dagen). In de media is er weinig aandacht voor, en dat is eigenlijk gek. Wel oorlog en ellende, economie en politiek, maar niet onze mooie en belangrijke Kinderboekenweek. Bij het tv-programma De Wereld Draait Door werd gisteravond een nieuw boekverkoperspanel geïntroduceerd, voor de rubriek ‘Boek van de Maand’. Hartstikke goed, zo’n nieuw panel, met een leuke boekverkoper uit Antwerpen. Ik ben blij dat de rubriek doorgaat, bravo DWDD! Maarrr… geen wóórd gisteren over het begin van de Kinderboekenweek. Dat was toch een kleine moeite geweest. Als boekverkoper had ik die kans niet laten lopen.

Maar goed, daarom doe ik (lezer, kinderboekenschrijver en ex-boekverkoper) hier mijn eigen jaarlijkse Kinderboekenweekrubriekje, en roep ik uit volle borst:

Hoera voor de Kinderboekenweek!

Lees hier alle info.

Vergeet niet een mooi boek te kopen, om cadeau te geven aan een kind. Of aan jezelf.

Tips nodig? Op Jaapleest en Kinderboekenpraatjes vind je recensies van kinderboeken voor verschillende leeftijdsgroepen.

 

Posted in Nieuws, Over boeken | Tagged , , , | Leave a comment

Droste-effect

DrosteIk ben er weer. Terug van een lange boswandeling, lees: vakantie (zie vorig blog).

Hopelijk heeft u een mooie zomer gehad en bent u klaar voor de herfst. Die schijnt al voor de deur te staan, trappelend in zijn rubber laarsjes, met zijn zuidwester.

Morgen ga ik naar school. Ik ging al naar school, maar nu ga ik -binnen die school- opnieuw naar school. Het zogenaamde Droste-effect. Ik ga leren hoe je moet (of kunt, of zou moeten) lesgeven. Met andere woorden: stagelopen op een middelbare school. Vandaag hadden de leerlingen hun eerste dag na de vakantie, en ik was er ook. Het krioelde van de kinderen (sommige verrassend klein) met dozen of stapels boeken (allemaal groot en zwaar). Ik had verwacht dat het beangstigend zou zijn, vraag me niet waarom. Maar dat viel mee.

Er liepen weinig alternatievelingen door de gangen. Ik zag één meisje met zwarte kleren die in de verte deden denken aan new wave en punk. Voor zover ik op kleren heb gelet. Eigenlijk heb ik daar niet echt op gelet… maar door een gesprek over kleren werd ik teruggeworpen naar mijn eerste middelbareschooldag. Lang, lang geleden, toen ik met panterbroek en getoupeerd haar de kantine binnenliep. En dat klinkt stoerder dan het was.

Vorige week, in een les over lesgeven, moesten we antwoorden op de vraag of we een leuke middelbareschooltijd hadden gehad. Ik stak mijn hand niet op, de niet-opstekers waren in de minderheid. Mijn school was best leuk, maar de puberteit niet. Geen leuke tijd. En tegelijk de meest intense.

Morgen vroeg op. Om 8 uur begint de eerste les, en ik mag al eerder naar binnen omdat ik nu aan de andere kant sta. Ik zal brugklassers zien binnenkomen, die hun allereerste les gaan krijgen op hun middelbare school. Gelukkig heb ik geen tijd om daar sentimenteel over te gaan zitten doen, ik moet vanaf de eerste minuut keihard observeren. Hoe begin je een les? Goede vraag.

Met vlinders in je buik.

 

Posted in Over onderwijs en lesgeven, Persoonlijke berichten | 1 Comment

Vrede

Anderen vertellen wat ze moeten doen, hoe ze moeten rouwen (of juist niet), hoe geëngageerd ze moeten zijn, zullen we daarmee ophouden?
Of doe ik het nu zelluf ook…

Ik ga even in het bos wandelen.
Vrede.
Voor iedereen.

 

 

Posted in Persoonlijke berichten | Leave a comment

Europa

Ik snap niet dat mensen niet gaan stemmen… ik zou elke dag wel willen!
Ik heb mijn neiging om anderen aan te sporen onderdrukt. Misschien is het beter dat degenen die zeuren en klagen en anti-Europa zijn ook niet gaan stemmen. Soms denk ik dat er weer eens een fikse oorlog zou moeten komen in Europa, maar dat neem ik metéén daarna weer terug. En -met het gevaar mezelf belachelijk te maken- roep ik hier:

Ik hou van Europa!

(Zouden er stickers van zijn? Vast wel…)

 

Posted in Persoonlijke berichten | 1 Comment

Dag lieve België

Gisteravond hebben we onze 14-jarige rode kater laten inslapen, één van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan. Opeens moeten beslissen over leven en dood, dat is geen pretje. Iedereen die huisdieren heeft en dit heeft meegemaakt, weet wat ik bedoel. Het ergste is weten dat het gaat gebeuren en naar dat moment toeleven. En zo zijn er nog wat dingen het ergste.

Vandaag zijn we opgelucht, omdat we weten dat het de goede beslissing was, en omdat het heel mooi ging. De dierenartspraktijk (waar we ‘s avonds na sluitingstijd mochten komen) was fantastisch en Olivier (de jonge arts die de spuitjes toediende) ook. Hij aaide ons katje liefdevol en hij dimde zelfs het licht en liet ons alleen zodat we afscheid konden nemen.

Vandaag is het wennen, zo’n leeg huis… België heeft een pootafdruk achtergelaten in de kattenbak, midden in zijn laatste plasje.

Ik zou uren over hem kunnen praten. Bijvoorbeeld over hoe ik hem als kitten uit een boom heb geplukt waarin hij was gedumpt, een boom in Val-Dieu, in België (zo komt hij aan zijn naam, Val-Dieu vonden we iets te gedragen). Dat is een mooi verhaal, wie het horen wil, vraag maar, dan vertel ik het je. Bij voorkeur onder het genot van een Belgisch abdijbiertje.

Ik zou kunnen vertellen over hoe leuk hij was en hoe mooi en luxe zijn pelsje, over hoe zijn staart zo dik werd als een jonge boomstam als je hem stevig aaide bij z’n voerbak, over hoe chagrijnig hij soms kon doen en hoe hard hij kon uithalen, over hoe hij onze meubels naar god heeft geholpen, over hoe goed hij muizen kon vangen, over hoe hij bij ons in bed kwam liggen en dan op ons klom als een bergbeklimmer, over hoe bang hij was voor dure speeltjes en veel liever een kartonnen doos en een touwtje had, over hoe we fantaseerden dat hij binnenhuisarchitectuur studeerde, over hoe je hele gesprekken met hem kon voeren (hij miauwen, jij van ‘Echt waar?! En toen?’), over hoe hij ons met een slaperig koppie boven aan de trap kwam begroeten als we thuis kwamen… en nog veel meer.

Maar in plaats daarvan laat ik een foto zien, van België, de liefste kat op aarde:

België

Posted in Persoonlijke berichten | Leave a comment

Huilen van huiswerk

La pesteIk las La peste uit, van Albert Camus, blij dat het huiswerk voor één vak morgen af is. Nou ja, blij… vlak voor het einde van het boek moest ik vreselijk huilen. Terwijl Camus niet op het sentiment schreef, maar juist met een zekere afstandelijkheid. De verteller houdt zich op de achtergrond, om zo eerlijk mogelijk het verhaal te vertellen van een stad ‘bezet’ en geïsoleerd door de pest, en van de bewoners, die elk op hun eigen manier reageren op de ramp, eenzaam en doodsbang, maar ook met elkaar verbonden. Ik ga nu niet verder in op het verhaal, de synopsis is overal makkelijk te vinden. Jaren geleden zag ik een toneelbewerking, La Merde van de Vlaamse groep SKaGeN, en ik heb me door hun voorstelling en het idee van een epidemie laten inspireren voor een toneeltekst die ik kort daarna zelf schreef. Maar het origineel van Camus had ik nog nooit gelezen. Waar huiswerk al niet goed voor is.

Misschien zit u stiekem te springen om huiswerk? Laat mij het u geven: léés dit boek. Het is vertaald in het Nederlands, en er schijnt ook een film van te zijn gemaakt met William Hurt (toepasselijke naam) in de rol van de dokter, maar ik weet zeker dat het boek meer indruk maakt dan de film. Het staat bol van ellende, en tegelijk van liefde en van hoop. Het is de verwoording van puur menselijk leed. En het is gewoon knettergoed geschreven. Je moet wel tegen een stootje kunnen. Leg vast een pakje zakdoekjes klaar, voor de zekerheid.

Het blijft bijzonder dat een boek (feitelijk gezien toch slechts zwarte letters op wit/geel papier) je zo aan het huilen kan maken. Dat vond ik als puber al de mooiste boeken, samen met boeken die je laten lachen. Maar die laatste zijn meestal toch iets minder mooi… (tenzij ze allebei doen).

Zo. Even diep zuchten. En dan stort ik me op het volgende huiswerk: Mai 68.

Hopelijk hou ik het droog.

 

Posted in Over boeken, Over Frankrijk en de Franse taal | Leave a comment

De koning

We zaten een half uur lang schuin achter de koning, tijdens een toneelvoorstelling over de grondwet. We zaten vlakbij, we konden hem bijna aanraken. Hij kon ons niet zien, tenzij hij zou omkijken, maar dat doen koningen niet. Hij lachte wel, soms, om stukjes dialoog, om grapjes van de acteurs, en die lach was echt. Hij had iets kwetsbaars. En hij zag er heel gewoon uit. Hij droeg een gewoon pak, vast een duur pak, maar toch, gewoon. En volgens mijn moeder had hij boerenhondenhaar. Hij gedroeg zich beleefd en een beetje verlegen. Veel minder koninklijk dan de acteur die de koning speelde, vlak voor zijn neus, in een koninklijk kostuum.

Je wordt koning door het gedrag van de anderen. Dat was een belangrijke les op de acteursopleiding: je kunt geen koning spélen, je wórdt koning dankzij de andere acteurs. Een kostuum kan natuurlijk helpen, maar vooral aan het gedrag van degenen die hem omringen ziet het publiek wie de koning is (of de koningin, of een ander hooggeplaatst personage).

Voor hij kwam werd ons op zachte toon gevraagd of we allemaal wilden opstaan zodra hij binnenkwam en als hij vertrok moesten we weer opstaan en wachten tot hij weg was. Dat beloofden we allemaal braaf, en een tikkeltje opgewonden. Dus toen de koning kwam aangelopen in zijn gewone pak, schoten wij zo ontspannen mogelijk in de houding, en ontstond er een kloof van honderdduizend kilometer tussen die lieve jongen met z’n boerenhondenhaar en ons, het volk, de rest, de andere acteurs.

We keken naar de koning die naar het toneelstuk keek.

Toen hij vertrok stonden we allemaal op en zagen hem de glazen draaideur inlopen. Buiten hoorden we het aanzwellende gebrul van het volk: ‘De kóning, de kóning!’
Het vrat hem op. Met pak en al.

En wij? Wij bleven verdrietig achter. We hadden hem niet geknuffeld.

 

 

Posted in Persoonlijke berichten, Theater | 1 Comment

Gesprekjes met kinderen

Ik schrijf nog even over mijn scholenbezoek in Brabant, omdat de gesprekken met kinderen zo leuk zijn en als ik het niet opschrijf vergeet ik hoe ze gingen:

Maandag, 24 februari 2014.
Bezoek aan twee kleine scholen in Dussen en Waardhuizen.
Op de gevel van de ene school hangt een paar boerenklompen en op de andere staat ‘School met de bijbel’ (ik scan in gedachten razendsnel mijn kinderboeken op mogelijk aanstootgevende scènes, maar dat valt gelukkig mee, en bovendien loop ik al naar binnen). Wat heerlijk dat er nog kleine scholen bestaan, met kleine groepen en uitzicht op de weilanden. De sfeer is anders in kleine groepen, rustiger en intiemer. Je zou het elk kind gunnen. Elke meester en juf ook trouwens. Zoals altijd vraag ik aan de kinderen of ze vragen hebben, en het antwoord is altijd ‘ja’. En dan volgen er fijne gesprekjes, die gaan over (hoe het is om te) schrijven, en over andere dingen.

Een vraag die vaak terugkomt:
‘Hoe lang doe je erover om een boek te schrijven?’
‘Ehm, raad ‘s hoe lang ik heb gedaan over Wolfje…’ zeg ik dan.
Ze raden het nooit, want tien jaar is natuurlijk belachelijk lang. Dat maakt altijd enorm veel indruk, je zou hun gezichten moeten zien… Zo zie je maar, elk nadeel heeft z’n voordeel. Meteen daarna vertel ik dat het ook sneller kan, en dat Nooit is voor altijd in anderhalf jaar klaar was. Bij een vervolgvraag wordt het rekenen:
‘Hoe lang doe jij gemiddeld over het schrijven van een boek?’
Ik roep jolig ‘Tussen de nul en de tien jaar!’
Maar dat is niet precies genoeg. Iemand rekent hoofd en zegt ‘ongeveer zes jaar’.
Best confronterend. Maar goed, ik ben net begonnen…

Vraag van een jongen:
‘Wat vind je niet leuk aan schrijven?’
Ik antwoord dat ik eigenlijk alles leuk vind aan schrijven. Dat het enige niet-leuke aan schrijven op dit moment te maken heeft met de dingen er omheen, met het gevoel dat je heel veel ideeën hebt en heel graag verder wilt, maar niet goed verder kunt omdat er dingen zijn die je tegenhouden.
‘Dat gevoel ken ik’, zegt de jongen.

Vraag van een jarige jongen (rozet met ‘birthday boy’ op zijn borst gespeld):
‘Ben je getrouwd?’
Ik leg uit dat ik samenwoon en zo-goed-als-getrouwd ben, en dat begrijpen ze heel goed (ook op een school met de bijbel), dat je niet hoeft te trouwen om veel van iemand te kunnen houden. Ik zeg nog iets over mijn gescheiden ouders, en een meisje vertelt dat haar zus heel graag wil trouwen maar de vriend van haar zus niet. En dan zegt de jarige jongen opeens luid en duidelijk:
‘Als je getrouwd bent, dan begint het pas!’
We zijn het roerend met hem eens.

Tijdens het schrijven gebeurt er ook iets moois.
Ik doe altijd een schrijfoefening, waarbij ik de beginzinnen geef en de kinderen vraag een zielig verhaal te schrijven, waarbij ze flink mogen overdrijven. Soms zijn er kinderen bij wie het niet lukt, die moedeloos naar hun lege blaadje staren en geen letter op papier krijgen, terwijl de anderen druk zitten te pennen. In de eerste groep heb ik twee van zulke sip kijkende meisjes. Ik probeer ze te helpen, en doordat de groep zo klein is kan ik ze goed aandacht geven. Aandacht, en vooral: tijd. Want na wat aanwijzingen en na lang nadenken lukt het de meisjes toch om iets te schrijven. En ze schrijven prachtig, heel creatief en gedurfd, juist, gek genoeg. De eerste komt met een barok verhaal over een draak die haar had opgegeten en weer uitgekotst, omdat hij haar te smerig vond, en die daarna nog haar hele familie opvrat en weer uitkotste. En het meest verlegen meisje schrijft niet veel, één enkele zin, maar wel een zin die ik nooit meer vergeet:

Mijn vis viel van de trap en brak zijn been.

 

 

Posted in Nieuws, Wolfje | Leave a comment

Tempo lezen (en schrijven)

Ik kreeg een mail van de moeder van Meike, een meisje van acht, uit Limburg. Ze gaat al anderhalf jaar naar logopedie, om te leren ‘tempo lezen’. Ze hadden samen Wolfje gelezen, en haar moeder schreef:

‘Meike vond het boek grappig, spannend, ontroerend en vooral heerlijk om te lezen.’

En ze schreef nog iets, waar ik zo mogelijk nóg blijer van werd:

‘Tijdens het lezen van “Wolfje” is er volgens mij een knopje omgegaan bij Meike. Ze las jouw boek als een speer.’

Tempo lezen. Ik heb maar niet tegen Meike gezegd dat ik er tien jaar over heb gedaan om Wolfje te schrijven. In plaats daarvan heb ik haar een heleboel boekentips gemaild, zodat ze door blijft lezen. Snel, of iets langzamer. Als het maar véél is. En goed.

Meikes moeder had gelezen dat er een nieuw verhaal over Wolfje komt:
‘Nou, wij zijn razend nieuwsgierig.’
Ik ben eerlijk gezegd ook razend nieuwsgierig… of het me gaat lukken om dat boek te máken. Dat is op dit moment nog onzeker. Maar ik ben er hard mee bezig. En desnoods doe ik er gewoon wéér tien jaar over. Nee hoor, grapje!

Zodra er nieuws is laat ik het horen. Hopelijk is het goed nieuws. En hopelijk kan ik dan ook leren ‘tempo schrijven’.

 

 

Posted in Nieuws, Wolfje | Leave a comment