Gesprek met Houellebecq

Gisteren heb ik gepraat met Michel Houellebecq!
Er was een feest in het Betty Asfalt Complex in Amsterdam, in verband met de verschijning van de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste roman ‘Serotonine‘.
Een geweldige line-up van sprekers: vertaler Martin de Haan, schrijver en Ruslandkenner Pieter Waterdrinker, journalist en voormalig Frankrijk-correspondent Ariejan Korteweg, psychiater Damiaan Denys en docent Franse en Europese letterkunde Sabine van Wesemael. Halina Reijn las een fragment voor uit Serotonine. Stella Bergsma en Aafke Romeijn zongen. In de pauze dacht ik: zo moeten de salons zijn geweest, van rijke Franse dames in de 17e en 18e eeuw, met schrijvers, toneelspelers, muzikanten, kunstenaars, politici en andere belangrijke en inspirerende mensen. En dat was nog niet alles…

Michel Houellebecq gesprek Chinese vrouw Betty Asfalt Amsterdam Serotonine Martin de Haan

Een dag eerder had ik gelezen dat de beroemde Franse schrijver Michel Houellebecq op het Boekenbal was opgedoken, en dat hij de dag erna naar een bijeenkomst rond zijn boeken zou gaan.
En inderdaad, aan het eind van de middag kwam hij het theater binnen, samen met zijn vrouw. Opwinding alom, ook bij mij. Ik nam me voor om elke kans met hem te kunnen praten te grijpen, en nu eens niet terug te deinzen, zoals me dat wel eerder is overkomen. Ik had een vraag in gedachten die ik hem wilde stellen, en toen hij ging roken dook ik mee naar buiten en drong me aan hem op, me enigszins verontschuldigend, maar onontkoombaar en vastberaden. Vervolgens heb ik een hele tijd met hem staan praten, en met zijn vrouw Qianyum Lysis, een jonge Française van Chinese afkomst. Er stonden ook andere mensen, onder wie een jongeman die ook goed Frans sprak en de hele tijd over hoeren begon (waarom in godsnaam, dacht ik, hou op!).
Ik lette natuurlijk vooral op Michel, wilde hem van alles vragen, maar ook gewoon ontspannen babbelen, zodat hij niet het gevoel zou hebben ‘aan het werk’ te zijn en geïnterviewd te worden, dat leek me vervelend voor hem. Later, thuis, had ik spijt dat ik niet veel meer had gevraagd.
Maar goed. Waar ging het dan wel over? Ik kan onmogelijk het hele gesprek opschrijven, maar ik kan er een paar dingen uitlichten die voor jullie, lezers van mijn blog, en voor Houellebecq-fans interessant kunnen zijn (voor fans is àlles natuurlijk interessant).

Mijn eerste vraag was: Pourriez-vous écrire du point de vue d’une femme? Zou je vanuit het standpunt van een vrouw kunnen schrijven?
Zijn antwoord kwam meteen en hij was heel stellig: ‘Non’.
Hij had er wel al over nagedacht en was het met me eens dat het interessant zou zijn, maar nee, onmogelijk. Gedichten gingen wel, die zijn niet gebonden aan sexe, maar bij een roman lag het anders, zei hij.
Zijn vrouw zei nog: ‘Je hebt het wel eens gedaan, een pagina of 40, maar langer lukt niet.’
Ik weet niet of dat over een kort verhaal ging, en of dat is gepubliceerd (misschien kan iemand dat uitzoeken). Maar we hoeven dus niet te rekenen op een roman van Houellebecq met een vrouwelijke hoofdpersoon. Hoewel ik daar toch op blijf hopen.

Het gesprek ging even over Nederlanders. Ik zei dat hij daar natuurlijk niet van hield, refererend aan zijn spottende zinnen in Serotonine (p. 25): ‘(…) en de Nederlanders waren echte hoeren, die gingen overal zomaar zitten, een ras van veeltalige, opportunistische kooplui die Nederlanders, het kan niet vaak genoeg gezegd worden.’
Dat vond hij toch een beetje ongemakkelijk, en hij verklaarde dat hij dat (van die kooplui) had opgepikt uit een gesprek met een Nederlander (van Lieshout, Lieshout, ik heb niet doorgevraagd, maar waarschijnlijk is dat Erik Lieshout, die films over en met hem maakte).
Daarna zei hij: ‘On aime bien les Hollandais.’ Met ‘on’ bedoelde hij zichzelf en de Fransen in het algemeen, en kennelijk komen we er als Hollandais toch goed vanaf. Duitse en Engelse huizenkopers zonderen zich af in enclaves, zei hij, terwijl de Nederlanders Frans spreken en zich meer mengen met de Franse bevolking. Nederlanders in Frankrijk houden er niet van om landgenoten tegen te komen.
Over de Fransen zei hij: iedereen denkt dat we heel trots en arrogant zijn, maar eigenlijk vinden de Fransen het best leuk om bekritiseerd te worden. En we zijn ook onzeker, bijvoorbeeld ten opzichte van Duitsland, een groot land dat het zo goed doet, daar kijken we tegenop.
En hij zei: ‘J’aime bien les pays masochistes.’ Een typische Houellebecq-uitspraak.
Enfin, de Nederlandse fans kunnen gerust zijn, Michel houdt van ons, veeltalige masochisten.

Het ging natuurlijk ook over roken, we stonden op de rokersplek, een klein en ongezellig buitenplaatsje naast het theatercafé. De Franssprekende man vroeg waarom Michel zijn sigaret zo nat maakte (het beginstuk zonder filter was inderdaad behoorlijk nat).
Dat vond hij grappig genoeg geen rare vraag, hij ging er serieus op in: ik rook lichte sigaretten, dus moet ik er harder aan trekken. De man: waarom rook je dan geen zwaardere sigaretten? Michel: omdat ik niet dood wil, of in elk geval op een manier die zo min mogelijk pijnlijk is…
Ook dit kan geruststellend zijn voor fans: hij let toch een beetje op zijn gezondheid en wil dus niet zo snel mogelijk dood (ook al zou je dat soms kunnen denken).
Nog een leuk grapje, zo tussen neus en lippen door, toen ik vroeg of hij een aansteker had zei hij: natúúrlijk heb ik een aansteker.

De interactie tussen Houellebecq en zijn vrouw was erg leuk, kleine zinnetjes over en weer, grapjes, plagerijtjes, vooral van haar. Ze schijnt ongeveer twintig jaar jonger dan Michel te zijn, en zou dan rond de 40 moeten zijn, maar dat geloof ik niet… ze zag er veel jonger uit. Ze was vrolijk en open, ook naar ons toe, al die ‘hoerige’ Nederlanders die zo graag met haar beroemde man wilden praten. Op mijn vraag of ze het Boekenbal leuk hadden gevonden, reageerde ze enthousiast: oui, het was ‘un peu bizarre’, met overal vrouwen verkleed als ‘baba’ (hippie-achtig). Michel moest daar ook een beetje om gniffelen, maar vond het bal toch ‘plutôt bien’ (een opsteker voor de organisatoren).
Qianyum Lysis vond het grappig dat iemand (op social media) had geschreven over al die ‘mislukte schrijvers’ die met Houellebecq op de foto wilden. Michel glimlachte, maar zei toen zacht en serieus: ‘Ils sont méchants…’ (dat is gemeen)
Ze zei ook iets over de inhoud van zijn boeken, dat hij had geschreven dat hoeren goede echtgenotes zouden zijn, en daar kibbelden ze een beetje over. Zij: jawel, in La carte et le territoire, de eerste vrouw van Jed, Geneviève. Hij: ik weet zèlf toch wel wat ik heb geschreven.
Grappig om te volgen, en veelzeggend: ze leest dus zijn boeken, kritisch en aandachtig. En ik las ergens dat ze elkaar hebben ontmoet op de Sorbonne, waar ze een scriptie schreef over zijn werk.

Nu schrijf ik toevallig ook een scriptie over Houellebecq, en ik heb dat toch nog even tegen Michel durven zeggen, dat het gaat over zijn politieke roman Soumission en over Révolution (politiek pamflet/autobiografie) van Macron. Dat leek hij wel een amusante combinatie te vinden: ‘C’est une drôle d’idée.’ Ik had nog willen vragen of hij het boek van Macron had gelezen, maar dat vergat ik door de zenuwen.
Soit. Het is gelukt. Ik heb gepraat met Michel Houellebecq, literaire grootheid en onderwerp van mijn scriptie. Hopelijk lukt dat ooit nog een keer, in een rustigere omgeving. Die kans is klein, maar on ne sait jamais…

Ik kocht een t-shirt met de tekst ‘Ik heb het ook niet makkelijk.’ Michel vroeg me wat erop stond en ik vertaalde: J’ai pas la vie facile, moi non plus. Dat begreep hij wel.
Verder laat ik het vertalen over aan Martin de Haan, die dat geweldig doet.
Lees Serotonine maar, en andere boeken van Michel Houellebecq, mocht je dat nog niet hebben gedaan.
En lieve fans, hopelijk vonden jullie dit verslagje leuk… quel héros hein, notre Michel?

PS: Ter info, de gesproken zinnen in dit blog zijn niet echt citaten (daarom vaak zonder aanhalingstekens), het is zoals ik me het gesprek herinner. Maar de strekking klopt wel, en sommige korte zinnetjes in het Frans ook.

Posted in Over boeken, Over Frankrijk en de Franse taal | Tagged , , | 4 Comments

Boekenweek-tip

Als je boek al een tijdje uit is, verwacht je geen recensies meer. 
Maar nu is er opeens een nieuwe van Max maakt een vriend, en wát voor één, wauw!
Ons boek wordt ‘een terechte aanrader’ genoemd.

Toevallig begint morgen de Boekenweek… wist je dat je ook een kinderboek mag kopen? Tip. ;-)

De recensie kun je hier lezen, en is geschreven door Eric Vanthillo voor Pluizuit, een Vlaamse website over de betere jeugdliteratuur (zoals zij het zelf zeggen).
Kijk daar eens rond, voor meer boekentips.

Posted in Max maakt een vriend, Nieuws | Tagged , , , , | Leave a comment

Gedichten van Yade

Er zijn kinderen die wèl heel veel lezen, die bezig zijn met taal, en die graag schrijven. Kinderen die je als Schoolschrijver en docent eigenlijk weinig kunt leren, omdat ze het zelf al uitzoeken. Bij wie je steeds die heerlijke honger naar kennis voelt… vertel me alles, ik wil het weten. Bij wie de concentratie tastbaar is, bijna zichtbaar, als een laserstraal.

Yade is zo’n meisje. Zij was één van de twee kinderen uit groep 6 die een gedichtje uit het hoofd hadden geleerd, nadat ik dat als facultatief huiswerk had opgegeven. Ze snapte ook wat de zin daarvan was, wat je ervan kon leren (bijvoorbeeld de structuur en het ritme van een gedicht nóg beter leren kennen). Ze schreef zelf meerdere gedichten, in een jaloersmakend handschrift. Haar gedicht De Poes vond ik vrolijk en mooi, en ik vroeg of ik het op mijn website mocht publiceren. Dat mocht:

Vandaag bekeek ik de mappen met al het werk van de kinderen, en toen kwam ik nóg een mooi gedicht van Yade tegen. Heel eigen(wijs), iets ondeugender en minder netjes. Vooral de zin ‘dat heb ik heel vaak als kind’ vind ik grappig, zoiets zou Wolfje ook kunnen zeggen. Ik heb het gedicht stiekem gefotografeerd en publiceer het ook. Hopelijk vind je dat goed, Yade, als je dit leest. ;-) Ga vooral lekker door met schrijven. Maar dat doe je toch wel…

Posted in Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , , , , | Leave a comment

De jongen die over de zon schreef

Gisteren kwam een jongen uit groep 7 aan het begin van de les naar me toe, en vertelde heel trots en enthousiast dat hij tijdens de vakantie een gedicht had geschreven. De zon scheen, en toen kreeg hij zin om een gedicht over de zon te schrijven.

Schoolschrijver zijn is heus niet altijd romantisch.
Het is vaak aanpoten, soms vraag je je af of je doel wel bereikt, soms twijfel je over je lessen…
Ik hoor dit ook van collega-Schoolschrijvers, we twijfelen wat af.

Dan is dit -zo’n jongen die thuis een gedicht schrijft- zo fijn!
Het komt dus toch aan… misschien niet bij elk kind, maar in elk geval bij deze jongen.
En misschien vaker dan je denkt, ook bij kinderen die het niet vertellen.

Dat het een stoere jongen uit groep 7 was deed me extra plezier. Iedereen die zich bezighoudt met leesbevordering weet dat jongens nog minder lezen dan meisjes. Daardoor lopen ze vaak een achterstand op qua taalbeheersing, en dat heeft weer invloed op hun schoolwerk en op de rest van hun leven. Het is van levensbelang om jongens aan het lezen te krijgen, en aan het schrijven. Deze jongen is dus goed bezig! En deze Schoolschrijver is blij voor hem (en ook een beetje voor haarzelf.)

PS: Kinderen van mijn Schoolschrijver-scholen, als jullie dit lezen, ga thuis ook schrijven! Lees zoveel mogelijk (grappige boeken, spannende boeken, gedichten, probeer alles).
En laat het me weten als je thuis iets hebt geschreven…

Posted in Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , , , , | Leave a comment

Zoeken naar woorden

In mijn eerste jaar als Schoolschrijver gaf ik één les over poëzie, maar dit jaar besloot ik er twee te geven. Ik wilde er meer tijd voor nemen, zodat de kinderen meer tijd hadden om dingen uit te proberen. Zodat het niet een eenmalig hap-snap-lesje poëzie was, maar ik ze kon laten zien dat schrijven – ook het schrijven van gedichten – een kwestie is van oefenen en zoeken. Het beviel me goed, meer tijd voor poëzie. Ik zag wel dat sommige kinderen er moeite mee hadden en liever snel door waren gegaan naar iets nieuws. Toch hoop ik dat ook zij er iets aan hebben gehad.

Ik vond het mooi om te zien dat de meerderheid van de kinderen echt bezig was met zoeken. Zoals de jongen uit groep 5/6 die wilde schrijven over de zee. Hij zei dat hij het moeilijk vond om een gedicht te schrijven, maar was ondertussen heel intens bezig met woorden als ‘branding, ruisen, golven, woest, bulderen’. Woorden proevend die hij ooit had gehoord en die hij mooi vond, ondertussen zoekend naar eigen woorden, en naar woorden die volgens hem pasten bij een gedicht.

In het volgende gedicht zie je dat zoeken ook. Het gedicht is nog ruw, een soort prozagedicht, een stream of consciousness. Er staan stukjes in die je zou kunnen schrappen, en zinnen die in een ander soort gedicht horen (een vrolijk versje à la Annie M.G. Schmidt). Maar er staan ook mooie en donkere, spannende zinnen in, zoals: ‘is mijn verlegenheid dood gevonden’. In deze ruwe tekst zit een krachtig gedicht verstopt, dat er alleen nog even uit gekapt moet worden. Het is van Emira, 8 jaar, uit groep 5 (ik mocht het publiceren):

En soms schrijven kinderen gedichten die bijna helemaal af zijn, waar ik alleen wat kleine tips voor verbetering hoef te geven, en waar ik niet teveel over wil zeggen, omdat het zo eigen is. Zoals dit gedicht, van Yousra uit groep 7. Het gaat over een actueel onderwerp dat haar duidelijk bezighoudt, en dat ons allemaal bezighoudt (of zou moeten bezighouden!):

Posted in Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , , , , | Leave a comment

Lees voor! (oproep aan ouders)

Bron: Vaders voor lezen.

Vandaag zijn de Nationale Voorleesdagen begonnen, en in het nieuws zien we BN’ers, schrijvers en politici voorlezen op scholen. Dat is mooi. Maar gebeurt het nog wel… wordt er nog voorgelezen? Of zit iedereen, inclusief kleine kinderen, de godganse dag op telefoons en ipads?

Uit onderzoek is gebleken dat de leesvaardigheid de afgelopen decennia is afgenomen, en dat Nederlandse kinderen internationaal tot de minst gemotiveerde lezers behoren. Dat is vrij ernstig… Lezen is namelijk ontzettend belangrijk, want, zoals Dr. Kees Vernooy hier zegt: “De toekomst van kinderen hangt sterk af van hun leesvaardigheid.”
Dat is zo, ga maar na, àlles begint met een goede leesvaardigheid: school, studeren, werk, vrije tijd, jezelf ontwikkelen, contact met anderen, brieven van de gemeente, je staande houden in de maatschappij, enzovoort.
Vernooy zegt ook dat een goede ‘leesstart’ heel belangrijk is, en dat ouders en leerkrachten vooral veel moeten voorlezen. Leerkrachten doen wat ze kunnen op school, en spelen een belangrijke rol in de taalontwikkeling van kinderen. Maar ouders spelen een nog grotere rol, omdat zij thuis de basis (kunnen) leggen voor leesplezier en veel meer tijd doorbrengen met hun kind.

Maar weten ouders wel hoe dat moet, voorlezen?
Ik denk dat veel ouders onzeker zijn, niet goed weten hoe ze het moeten aanpakken, en daardoor misschien afhaken of het voorlezen maar achterwege laten.
Dat is natuurlijk doodzonde!
Als Schoolschrijver, kinderboekenschrijver en docent creatief schrijven kom ik af en toe in contact met ouders en ik realiseer me steeds meer dat dit vaak het geval is: ouders zijn onzeker. Ze hebben een duwtje nodig, en soms een aai over hun bol.
Je doet het goed, maak je geen zorgen! Ga lekker lezen met je kind, alles wat je doet is goed. Als je zelf niet zo goed kunt lezen, zing dan liedjes of vertel verhalen, desnoods in een andere taal… Het maakt eigenlijk niet uit, zolang je maar samen bezig bent met taal, met woorden, klank, ritme, verhalen. Via de verhalen praat je met je kind en zo leert het nieuwe woorden kennen. En zorg dat je het zelf ook leuk hebt. Maak lol, vertel verhalen en lees boeken voor die je zelf mooi of grappig vindt. Stel vragen (waar is…? wat denk je dat er gaat gebeuren? wat zie je allemaal?), wijs plaatjes aan, laat je kind dingen aanwijzen en benoemen, herhaal, herhaal, herhaal. En praat samen over het onderwerp van het boek: vriendschap, verdriet, plezier, dood, verliefdheid, bang zijn, verlegen zijn, enzovoort.

Over onzekere ouders… ik ontdekte laatst dat dit echt niet alleen geldt voor laagopgeleide ouders, ouders van taalzwakke kinderen, of ouders van kinderen die niet graag lezen.
Ook ouders van ‘leesmonsters’ kunnen onzeker zijn. Ik heb het nu over de moeder van Mirte, uit mijn voorlaatste blog, ‘Leesliefde’. Zij bedankte me voor de schrijflessen aan haar dochter, en voor mijn boekentips, die haar ook hadden geïnspireerd. We praatten nog wat door over lezen en toen ik vroeg of ze Mirte nog voorlas, zei ze: ‘Nee, ze leest zelf zo ontzettend veel! Ik denk ook niet dat ze dat nog zou willen…’ Daar was ik meteen benieuwd naar. Ik heb Mirte er even bij geroepen en gevraagd: ‘Zou je het leuk vinden als mama je zou voorlezen?’ Mirte zei niks, maar knikte alleen, met een toetje dat duidelijk liet zien dat zelfs dit leesmonstertje nog heeeel graag wil worden voorgelezen. En waarschijnlijk gaat het haar niet eens echt om de boeken, want die kan ze zelf inderdaad ook lezen. Het gaat dus om iets anders…

Mijn boodschap aan ouders: denk niet te snel dat je kind niet meer wil worden voorgelezen, ook als het zelf al goed kan lezen. Vraag het anders even. En doe het: lees voor! Begin er zo vroeg mogelijk mee. En hou alsjeblieft nooit meer op.

Hier nog wat tips:
– Voor ouders met baby’s: Boekstart.
– Voor vaders: Vaders voor lezen (website met info voor vaders die willen voorlezen, en let op vaders: voorlezen is stoer, want je kinderen worden er slimmer en weerbaarder van!)
– Tips van de Kinderboekwinkel: Voorleesboeken. Deze winkel is in Amsterdam, maar je kunt ook altijd terecht voor advies en boekentips bij een goede (kinder)boekwinkel in de buurt, of bij de jeugdafdeling van de buurtbibliotheek (kinderen zijn gratis lid, maak daar gebruik van!)
– Voor wie meer wil weten over taalontwikkeling bij jonge kinderen en over het belang van ‘gedeelde aandacht’ tijdens taalinput: Claartje Levelt, Universiteit Leiden.
– Op mijn youtubekanaal vind je wat filmpjes met voorleestips (voor volwassenen èn voor kinderen, zij kunnen jou ook voorlezen als ze wat ouder zijn… zo kun je elkaar om de beurt voorlezen, nog leuker!)

Hier nog een filmpje waarin Leo Blokhuis vaders oproept om voor te lezen, want: “Voorlezen is belangrijk voor kinderen van álle leeftijden.” En dan heeft hij het natuurlijk niet alleen over die ene avond, maar over zoveel mogelijk avonden…

Posted in Nieuws, Over boeken, Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , , , | Leave a comment

Nieuw jaar

Het jaar is bijna om.
Vorig jaar om deze tijd was ik officieel nog in dienst als docent bij een middelbare school. Nog een paar uur docent Frans. Daarna begon een nieuw jaar, met veel onzekerheid en veel nieuwe kansen.
En 2018 heeft me veel moois gebracht. Een paar hoogtepunten, op werkgebied:
– ik ben Schoolschrijver geworden, wat ik geweldig vond en wat geweldig goed bij mij bleek te passen
– eind september verscheen een nieuw boek met tekst van mij: Max maakt een vriend, gemaakt op uitnodiging van en in samenwerking met de bijzondere en inspirerende tekenaar Kristof Devos
– rond de Kinderboekenweek heb ik mooie schoolbezoeken gedaan en workshops gegeven, wat erg leuk was om te doen
– ik gaf voor het eerst workshops voor volwassenen, heel anders en spannend, en zeker voor herhaling vatbaar
– en ik gaf lessen creatief schrijven op twee basisscholen in Den Haag, waar ik samen met de kinderen iets moois opbouwde en groeide, als docent en als mens. ;-)

In oktober durfde ik eindelijk de sprong te wagen om echt zzp’er/freelancer te worden.
Best eng om het werken in dienstverband los te laten, ook al was dat altijd parttime.
Maar ik heb het gedaan, we zien wel hoe dit verder gaat…
Tot nu toe gaat het goed en het voelt heerlijk.
Laat 2019 maar komen!

Lieve bloglezers, ik wens jullie allemaal een mooi nieuw jaar.
Dat jullie blaken van gezondheid, en dat het beter wordt als het tegenzat met dat blaken.
Dat jullie vol durf en zelfvertrouwen zijn, liefst allebei, maar in elk geval één van de twee.
Dat jullie speels kunnen zijn, vrolijk, bij vlagen zielsgelukkig doordat je jezelf even vergeet.
Dat jullie schaamteloos dansen (niet in je eentje in je kamer, maar te midden van anderen, anders is er geen kunst aan).
Dat jullie soms even zwijgen en kijken, alleen kijken en luisteren.
Dat er avontuur is, in de echte wereld, maar ook in boeken en verhalen.
Dat er veel moois op jullie pad komt, jullie eigen yellow brick roads.
En vooral veel liefde, in welke vorm dan ook.

PS, nagekomen bericht (2 januari): dit blog is niet bedoeld als succesverhaal of als voorbeeld om te volgen. Iedereen die me kent en/of mijn blogs vaker leest weet dat er een hoop misgaat in mijn leven (zoals in zoveel levens), ook op werkgebied. Afgelopen jaar viel het mee, en het lijkt nu zowaar een goede kant op te gaan. Niet zozeer financieel, maar inhoudelijk en qua soort werk. Ik hoop dat ik hier op termijn een redelijke boterham mee kan verdienen, maar het zal waarschijnlijk geen vetpot worden en ik zal het langzaam moeten opbouwen. De sprong naar zzp’en/freelancen maak ik voor een deel uit nood, maar brengt me hopelijk ook dichter bij een manier van werken die bij me past, en dat vind ik belangrijk. Ik kan die sprong wagen doordat ik al uitzicht heb op een paar mooie opdrachten in 2019, doordat er al een basis ligt aan contacten en ervaringen waarmee ik verder kan, en doordat ik een financiële buffer heb. Dat laatste is heel belangrijk en moet ook wel, zonder verzekeringen en met een vriend die ook een eenmansbedrijf in opbouw heeft.
Volg mij dus niet zomaar hierin, mocht je die aandrang voelen en twijfelen. Don’t try this at home!!! ;-) Geef je zekerheden of vaste baan niet zomaar op. En doe dat helemaal niet als je een vette hypotheek/schulden/torenhoge vaste lasten/kinderen/huisdieren/dure hobby’s of gewoonten/behoefte aan luxe (of iets dergelijks) hebt. Doe in dat geval bijvoorbeeld een schaamteloos dansje op z’n tijd, of iets anders uit mijn lijstje hierboven. Of iets wat je zelf bedenkt… Hoe dan ook, veel geluk!

Posted in Nieuws, Over De Schoolschrijver, Over onderwijs en lesgeven, Persoonlijke berichten | Leave a comment

Leesliefde

Gisteren sloot ik op twee basisscholen mijn lessen creatief schrijven af.
Ik zal de kinderen gaan missen.
Na de lessen fietste ik altijd naar huis met een hoofd vol verhalen… hún verhalen.

In één groep zat Mirte, een meisje uit groep 5, dat boeken verslindt.
Ze had mijn volledige lijst met boekentips gedownload op haar e-reader (vast wel legaal).
En hoewel ik een beetje allergisch ben voor e-readers, kon ik er bij haar wel tegen, omdat ze zo hartstochtelijk houdt van lezen.
Tijdens een les over poëzie schreef ze over haar leesliefde.
Ik kreeg haar gedicht (met blauwe, voorzichtig geschreven potloodletters) niet helemaal goed op de foto, dus ik heb het voor jullie overgetypt. En Mirte vindt het goed dat ik het hier deel.
Ze zei trouwens dat ze door mijn lessen ook schrijven leuker was gaan vinden, doordat ze nu weet hoe ze dat kan aanpakken.
Dat vond ik natuurlijk fijn om te horen!
Ik hoop dat Mirte en de andere kinderen uit deze twee bijzondere Schrijfclubs doorgaan met schrijven. En met lezen…

Lezen

Lezen ik hou er van.
Het is net als in een droom.
Lezen ik hou er van.
Ik kan zelfs zwemmen in een bak room.
Lezen ik hou er van.
Al ben je snel of sloom.
Lezen is top.
Mijn e-reader is nu al op.

(Mirte, 2018)

Posted in Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , , , , | 2 Comments

Boemerang-les

Bron: www.onderwijsmaakjesamen.nl

Ik geniet enorm van het freelance-docentschap en van mijn lessen creatief schrijven.
Geweldig om te zien hoe sommige kinderen tijdens mijn uitleg al niet meer te houden zijn.
Vanmiddag hoefde ik geen voorbeeld meer voor te lezen. Niet nodig, ze wilden liever meteen zelf schrijven!

Bijna net zo geweldig om te zien hoe andere kinderen worstelen om iets op papier te krijgen.
Alleen al de naam van een eerste personage: “Wélke naam dan, ik kan niks verzinnen…” (hellup!)
Daardoor besef je weer dat het niet vanzelfsprekend is, schrijven, iets verzinnen.
Het lukt niet altijd. Het kost moeite, soms.
En als je met het grootste gemak een A-4tje vol pent, wil dat nog niet zeggen dat het een goed verhaal is.

Na de schrijfles blijf ik altijd even zitten om na te denken en mezelf te evalueren.
Ik had de kinderen iets belangrijks geleerd: Vertel niet te snel of te veel tegelijk. Dan kan de lezer/luisteraar zich niet inleven en haakt hij af. Dus neem de tijd, zorg ervoor dat wat je schrijft ook áánkomt.

Deze les kwam als een boemerang bij me terug.
Ik wil te snel en te veel tegelijk, leerde ik van de kinderen.
Dus géén nieuw onderwerp volgende week, even op de rem.
De tijd nemen, zodat je les ook áánkomt.

 

Posted in Over onderwijs en lesgeven | Tagged , , | Leave a comment

O, o, Den Haag

Dit kan alleen in Den Haag, op een zonnige maandagmiddag in oktober in een chique buurt…
Ik sta met mijn fiets even aan de kant van de weg om te drinken.
Opeens komt er een bestelbusje vanaf de andere weghelft op me ‘ingereden’, het stopt met het open raam van de bestuurder vlak bij mijn gezicht. Naast hem zit een vrouw die naar me kijkt, op de achterbank twee zwarte honden. De man begint vanuit het niets tegen me te praten, met een aan agressie grenzende vrolijkheid. Ik probeer de situatie in te schatten en realiseer me dat hij een mop aan het vertellen is. Ik denk meteen ‘o jee, als ik ‘m maar snap, ik snap moppen nooit’, en ben door die gedachte al kansloos, want de draad kwijt. De mop duurt lang (zoals de meeste moppen), iets met papegaaien en Bassie en Adriaan. De punchline weet ik nog:
‘Wie noemt z’n papegaai nou Adriaan?’
‘Dezelfde idioot die z’n pitbull Bassie noemde!’
Ik snap ‘m niet, maar ik lach, om de situatie en omdat de bestuurder van het busje lacht.
Zonder verder nog iets te zeggen of te groeten start hij het busje weer en rijdt weg. 


Als je oplet, gebeuren er in het echte leven best vaak dingen die verzonnen lijken. Zoals dat ik laatst niet verder kon reizen met de trein, omdat er op de route een WO II-bom moest worden ontmanteld. De vraag is, of die gebeurtenissen interessant genoeg zijn voor een blog, voor een verhaal… De grappige ontmoeting hierboven is dat eigenlijk niet, tenzij je hem zou herschrijven. Maar daar heb ik nu geen zin in. Jullie moeten het met het waargebeurde verhaaltje doen.

En o, o, wat hou ik van Den Haag.

 

Posted in Persoonlijke berichten | Leave a comment