Het glas viel kapot
Niet op mijn blote voeten
Ik stapte opzij
De muis kon er niet tegen als anderen geluk of succes hadden. Dat kon ze domweg niet verdragen. Ze werd dan vanbinnen zo boos, dat ze het plezier van de ander kapot moest maken. Een dag met een gouden zonsopgang veranderde zij algauw in een dag met een lange, zwarte staart. Als iemand stralend vertelde over zijn nieuwe huisje, dan zei ze bijvoorbeeld: ‘Ach, we weten allemaal hoe jij aan dat mooie huis bent gekomen…’ En dan keek ze veelbetekenend rond. Als iemand een hardloopwedstrijd had gewonnen, zei ze: ‘Dat kun jij nooit op eigen kracht hebben gedaan, met die dunne beentjes, maak dat de kat wijs!’ En als iemand een kindje had gekregen en het trots kwam laten zien op de open plek, zei ze plompverloren: ‘Die gaat mislukken, dat zie ik nu al, zodra die kan lopen rent ie naar het meertje en verdrinkt.’ De andere dieren vonden het gedrag van de muis vreselijk, maar waren meestal zo beduusd dat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Het kwam steeds vaker voor dat ze stiekem met elkaar afspraken. Ze gingen muis zoveel mogelijk uit de weg en als zij er per ongeluk toch bij was, vertelden ze alleen hun saaiste belevenissen en hielden hun succesverhalen geheim. Dan klaagden ze met vertrokken gezichten over pijntjes en kwaaltjes, over een burenruzie, of over lekkage. De muis vond het niet vreemd dat de dieren opeens niets leuks meer leken mee te maken. Ze leefde er juist van op. Zolang de anderen zich ellendig voelden, voelde zij zich goed.
Ik lees de biografie van Donald Sturrock: Verhalenverteller, het leven van Roald Dahl, en ben enorm onder de indruk van het feit dat een van mijn favoriete kinderboeken-schrijvers piloot is geweest en heeft gevochten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk had ik al vaker gelezen dat Roald Dahl piloot was geweest, maar door deze biografie realiseer ik me pas dat het echt is gebeurd, dat het niet een fantasieverhaal is, of een soort jongensboekverhaal. Hij was nog heel jong toen hij naar Afrika ging voor een vliegopleiding, en crashte tijdens een van zijn eerste opdrachtvluchten in de woestijn. Een vreselijk ongeluk, dat hij maar net overleefde. Na een lange periode, waarin hij moest genezen en revalideren, ging hij opnieuw vliegen. Eerst deed hij mee aan gevechten boven Griekenland, daarna in Palestina, en tijdens die luchtgevechten zag hij veel van zijn collega-piloten neerstorten. Vanwege hevige hoofdpijnen en blackouts werd hij in 1942 afgekeurd en ging terug naar Engeland, naar zijn familie.
Later werd hij schrijver. Zijn lievelingsschrijfplek was een hutje achterin de tuin. Die hut was vanbinnen heel klein en vol spullen waarmee hij zich graag omringde. Er stond een grote leunstoel. Als hij schreef legde hij een plank over de armleuningen heen, zodat hij ingesloten zat. Zoals in een cockpit. Dat vond hij een fijn gevoel, in zijn kleine schrijfcockpit zitten, afgesloten van de buitenwereld. En dan vliegen ofwel: verhalen verzinnen.
Ik heb nooit gevlogen, tenminste, niet als piloot. Maar ik kan me voorstellen hoe het moet zijn… ik herken het cockpitgevoel en het vlieggevoel. Ik zit graag in kleine donkere kamertjes. Als ik schrijf ben ik afgesloten van alles om me heen, en kun je -bij wijze van spreken- een kanon afschieten. En ik heb een licht gevoel in mijn hoofd. Van het vliegen.
Ik ben opgegroeid in Limburg, in de stad Geleen. Ik wilde zeggen ‘het kleine stadje’, maar misschien is dat een belediging. In Geleen had je vroeger een van de belangrijkste muziekfestivals -Pinkpop- dus dan mag je jezelf met recht een stad noemen. De buurt waar ik opgroeide heette Geleen-Zuid en het dichstbijzijnde winkelcentrum heette Zuidhof. Zo heet het nog steeds. Wij deden daar onze boodschappen. Kinderen kregen een plakje boterhamworst bij de slager. En hoewel de meeste dingen steeds maar veranderen, zijn er gelukkig ook dingen die blijven. Zoals deze boekwinkel (zie foto) op een hoek in het winkelcentrum. De naam is veranderd, dat wel. Vroeger was het Boekhandel Spanjaard, nu is het Boekhandel Dit & Dat. Maar het is nog steeds een boekwinkel, en dat is bijzonder, zeker in deze tijd! Nog maar kort geleden moest Boekhandel Krings in het centrum van Geleen zijn deuren sluiten, en bij veel boekwinkels in Nederland gaat het niet zo goed op dit moment. Daarom ben ik blij te zien dat deze winkel er nog is. De eerste boekwinkel die ik als kind leerde kennen en waar ik (met wat hulp van mijn moeder) mijn eerste boeken kocht. Vaak gingen we naar de bibliotheek, maar soms kochten we een boek, bij Boekhandel Spanjaard. Een paar van die boeken staan nog steeds in mijn boekenkast…
En nu ligt daar, in de boekwinkel waar ik als kind al kwam, mijn eigen boek Wolfje in de etalage. Met daaronder een groen bordje waarop staat: Geleense schrijfster. Dat vind ik ontroerend. En het is waar, ook al ben ik er niet geboren. De plek waar je als kind opgroeit vergeet je nooit. Net als je eerste boekwinkel.