Fabel 6: De afgunstige muis

De muis kon er niet tegen als anderen geluk of succes hadden. Dat kon ze domweg niet verdragen. Ze werd dan vanbinnen zo boos, dat ze het plezier van de ander kapot moest maken. Een dag met een gouden zonsopgang veranderde zij algauw in een dag met een lange, zwarte staart. Als iemand stralend vertelde over zijn nieuwe huisje, dan zei ze bijvoorbeeld: ‘Ach, we weten allemaal hoe jij aan dat mooie huis bent gekomen…’ En dan keek ze veelbetekenend rond. Als iemand een hardloopwedstrijd had gewonnen, zei ze: ‘Dat kun jij nooit op eigen kracht hebben gedaan, met die dunne beentjes, maak dat de kat wijs!’ En als iemand een kindje had gekregen en het trots kwam laten zien op de open plek, zei ze plompverloren: ‘Die gaat mislukken, dat zie ik nu al, zodra die kan lopen rent ie naar het meertje en verdrinkt.’ De andere dieren vonden het gedrag van de muis vreselijk, maar waren meestal zo beduusd dat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Het kwam steeds vaker voor dat ze stiekem met elkaar afspraken. Ze gingen muis zoveel mogelijk uit de weg en als zij er per ongeluk toch bij was, vertelden ze alleen hun saaiste belevenissen en hielden hun succesverhalen geheim. Dan klaagden ze met vertrokken gezichten over pijntjes en kwaaltjes, over een burenruzie, of over lekkage. De muis vond het niet vreemd dat de dieren opeens niets leuks meer leken mee te maken. Ze leefde er juist van op. Zolang de anderen zich ellendig voelden, voelde zij zich goed.

 

This entry was posted in Fabels. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.