Bio (lang)

Let op: dit is de lange versie, je bent gewaarschuwd! Hou je van kort en zakelijk, ga dan naar Bio (kort).

Geboorte

Op 12 februari 1972 werd Claudia geboren in Den Haag. Drie weken na haar geboorte verhuisde ze met haar vader en moeder naar Limburg. Daar groeide ze op, samen met haar twee jaar jongere zusje. Voor hun huis lag een groot grasveld en in de achtertuin stond een kersenboom. En later kregen ze een hondje. Ze ging braaf naar school. Ze sprak Limburgs met haar poppen, maar nooit in het echt.

Vier ouders

Toen ze twaalf was, gingen haar ouders scheiden. Dat ging gelukkig zonder veel ruzie. Haar vader ging op kamers, leerde koken en strijken, en kreeg een vriendin (en daarna nog een paar). Haar moeder had een vriend, die heel leuk was en die bleef, hij werd een tweede vader. Veel later trouwde haar eerste vader opnieuw, met een lieve vrouw. Allemaal heel leuk hoor, vier ouders, maar je moet als kind wel je aandacht verdelen!

Lezen

Ze las graag, vooral de boeken van Annie M.G. Schmidt, Roald Dahl, Guus Kuijer en Joke van Leeuwen. Maar ook andere boeken: De Vijf, De Olijke Tweeling, probleemboeken, paardenboeken, àlles. Op haar twaalfde had ze in de bibliotheek alle boeken op de kinder- en jongerenafdeling uit en mocht ze naar de volwassenafdeling. De eerste keer was spannend: ze had het gevoel dat iedereen naar haar keek omdat ze eigenlijk nog te jong was. Nu leest ze nog steeds graag kinderboeken, dat is nooit overgegaan, en dus loopt ze weer vaak op de kinderboekenafdeling.

School

Ze zat op twee basisscholen, eerst een gewone en daarna een Jenaplan-school. Daar zijn kleinere groepen met verschillende leeftijden, ze doen veel creatieve dingen en je mag in je eigen tempo werken. Haar eigen tempo lag niet zo hoog, en toen ze naar de middelbare school ging zei haar meester: ‘Als jij de Havo haalt vreet ik een bezem!’

Ze ging naar Atheneum, maar ze was vreselijk slecht in exacte vakken en ging van drie Atheneum naar vier Havo. Na de Havo volgde ze verschillende opleidingen, het liep allemaal een beetje rommelig. Eigenlijk wilde ze naar de toneelschool, maar dat durfde ze niet. In plaats daarvan ging ze Hbo Dramatherapie doen en na een jaar stapte ze over naar Jeugdwelzijnswerk. Ze wilde graag kinderen helpen die het niet zo goed hadden als zij en die daardoor in de problemen raakten.

Parijs

Op haar twintigste ging ze naar Parijs, om als stagiaire te werken in een internaat, met pubers die niet veel jonger waren dan zij (de oudste in de groep was zestien). De jongeren spraken naast gewoon Frans ook verlan, een soort straattaal waarbij woorden werden omgedraaid: bizarre werd zarbi, lourd werd relou, femme werd meuf, en ga zo maar door. Het duurde even voor ze dat snapte en ondertussen schreef ze ook verslagen in deftig Frans, voor school. Ze leerde veel, maar toch zou ze niet heel lang blijven, in het internaat.

Ze werd verliefd op een Franse jongen, een muzikant, wiens ouders allebei acteur waren. Dat veranderde alles. Ze bleef bij hem in Parijs wonen, stopte met de stage en haar studie in Nederland. Ze ging doen wat ze stiekem heel graag wilde: actrice worden. Ze deed auditie bij een acteursopleiding en kreeg daar acteerles, in het Frans. Om geld te verdienen werkte ze als broodjesverkoopster op een groot station en later als popcornverkoopster in een bioscoop.

Toneel

Toneelspelen was geweldig, ze speelde scènes van Molière, Marivaux, Racine, Hugo, Claudel en moderne toneelschrijvers. Maar na de opleiding was het moeilijk om aan werk te komen, zeker als Nederlands meisje in Frankrijk. De liefde met de Franse jongen ging over en ze ging alleen wonen, in een klein huurkamertje boven in een hoge toren, op de 42ste etage, met uitzicht op de Eiffeltoren. Dat was heel mooi, ‘s nachts om half twee gingen alle lampjes van de Eiffeltoren tegelijk uit, dat kon ze zien vanuit haar bed. En soms zag ze vliegtuigen op ooghoogte voorbij komen. Maar verder was ze niet zo gelukkig. Ze had geen werk meer, ging laat naar bed en moest overdag op zoek naar een baantje. Ze was al een beetje Frans geworden, ze sprak de taal vloeiend, maar toch voelde ze zich soms een vreemdeling, te gast in een ander land. Ze miste Nederlandse dingen: Sinterklaas, pindakaas, hagelslag, gevulde koeken, drop, dat hebben ze allemaal niet in Frankrijk. En ook geen stoere vrouwen op bakfietsen, Hollandse wolkenluchten, Nederlandse grappen of Nederlandse boeken.

Amsterdam

Na een tijdje eenzaam te zijn geweest, verhuisde ze naar Amsterdam en daar voelde ze zich een stuk beter. De stad was een echte stad, met theaters en café’s en bioscopen, maar tegelijk had het ook iets van een dorp. Het was kleiner en gezelliger dan Parijs. En ze was niet meer alleen!

Schrijven

In Amsterdam volgde ze weer een acteursopleiding, in het Nederlands. Die school was leuk, ze leerde er over method acting, stemtechniek, theatergeschiedenis en speelde scènes van Sofokles, Shakespeare, Tsjechov, Ibsen, Norén en andere toneelschrijvers. Maar er klopte iets niet, ze kon haar draai nooit helemaal vinden. Ze bleef het raar vinden om zichzelf ‘actrice’ te noemen. Toen ze een keer tekst schreef voor collega-acteurs, hen zag spelen en háár woorden hoorde uitspreken, viel alles op z’n plek: schrijven, dat was wat ze eigenlijk wilde doen.

Als kind had ze altijd graag geschreven, verhaaltjes, dagboeken, brieven, en ze had op haar dertiende een gedichtenwedstrijd gewonnen. En later had ze meerdere schrijfcursussen gevolgd. Maar ze had er nooit bij stilgestaan dat je van schrijven je beroep kon maken.

In 2003 werd haar eerste toneeltekst gespeeld tijdens een festival en daarmee won ze meteen een prijs: de Hollandse Nieuwe Junior Toneelschrijfprijs. Dat was het duwtje dat ze nodig had!

Schrijven voor theater

Vanaf dat moment schreef ze tekst voor verschillende theatergroepen en voor kinderen en volwassenen. Sommige teksten zijn gespeeld in theaters en klaslokalen en andere buiten, in een oude schuur, in de duinen, in een bos en in een fort.

Andere dingen

Soms schrijft ze een artikel voor een theatertijdschrift of een blad. Of ze gaat iemand interviewen en schrijft daar een stuk over. Interviewen is heel spannend, omdat je nooit weet hoe een gesprek loopt, hoe goed je het ook voorbereidt.

Verhalen schrijft ze ook, soms stuurt ze die naar kranten of tijdschriften of doet mee aan wedstrijden. Vaak mislukt dat, maar in 2005 werd een van haar verhalen uitgekozen en gepubliceerd in een verhalenbundel voor jonge kinderen, van uitgeverij Gottmer. En in 2007 won ze de Esta Dialoogwedstrijd.

Kinderboek

2011 is een belangrijk jaar, dan komt eindelijk haar eerste boek uit: Wolfje. Daar heeft ze lang aan gewerkt. Het is een boek voor kinderen vanaf (ongeveer) 8 jaar, over een meisje dat bevriend raakt met een zwerver.

Den Haag

Ze woonde 3 weken in Den Haag, 18 jaar in Geleen, 5 maanden in Sittard, 2 jaar in Maastricht, 3 jaar in Parijs en 13 jaar in Amsterdam. Nu woont ze weer in Den Haag, de stad waar ze is geboren.

De zee

Ze studeert Franse taal en cultuur en werkt aan nieuwe kinderboeken. Of ze doet andere dingen. Saaie dingen, zoals administratie of schoonmaken, en leuke dingen zoals lezen, films kijken, naar het theater gaan, naar een museum of naar de zee. Op het strand kun je goed uitwaaien en je hoofd leegmaken. En de zee is altijd hetzelfde en altijd anders. Net als het leven.

 

Share

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>